Mijn buurvrouw Imy had al jaren een grote klos grijs katoenen garen in huis. Ooit ergens gevonden of gekregen en gehouden omdat ze de konische vorm van deze klos zo mooi vindt. En grijs past nu eenmaal bij haar favoriete kleurstelling in huis: zwart, wit en grijs.
Nu ik aan het weven ben geslagen en ze graag meeleeft met alle ontwikkelingen en resultaten, kwam ze met deze klos op de proppen. Of ik daar twee theedoeken van wilde weven. Maar de opdracht was: alleen met dit grijs, geen andere kleuren erin, en wel met een zichtbaar patroon.
OK, leuke opdracht. Ik koos voor een overshot-patroon, waarbij bepaalde draden over een aantal draden heen gaan en zo een patroon vormen. Tussen elke patroon-inslag komt een gewone inslag volgens linnenbinding om het weefsel wel stevig te maken. Bovendien heb ik de stof vrij dicht geweven (24 ends per inch).
Als patroon koos ik voor nummer #475 uit het boek van Carol Strickler (A weaver’s book of 8-shaft patterns).
De schering had ik lang genoeg gemaakt voor drie theedoeken. En dus maakte ik, na de gevraagde twee grijze, nog een vrij exemplaar met extra kleur, nou ja met zwart, lichtgrijs en wit. Dan houd ik die gewoon zelf. Maar je raad het al: toen ze die zag wilde ze die ook graag hebben. Tuurlijk! Van harte gegund, Imy.